Project omschrijving

Het is fijn om zo lang én zelfstandig mogelijk thuis te wonen. E-health toepassingen kunnen daarbij ondersteuning bieden. Het ministerie van VWS stelt via de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) een subsidiebedrag van 28 miljoen euro beschikbaar om zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden te stimuleren meer e-health toepassingen in te zetten. Voorbeelden van e-health toepassingen zijn elektronische toedieningsregistratie (eTDR), medicatiecontrole, zorgdomotica, beeldzorg en e-mental health. Deze subsidie is een kans en stimulans om de ambities op het gebied van e-health toepassingen in de thuissituatie waar te maken.

Weet u nog niet welke e-health toepassing(en) u wilt inzetten?

  • Bent u zorgaanbieder die te maken heeft met zorg in de thuissituatie
    (bijvoorbeeld thuiszorg, wijkverpleging, ambulante ggz)?
  • Vindt u dat e-health toepassingen de kwaliteit en veiligheid van zorg kunnen verbeteren?
  • Is het voor u (nog) niet duidelijk hoe e-health-toepassingen het beste passen bij de visie en strategie van uw organisatie?

Onze unieke aanpak helpt u om te bepalen welke e-health toepassingen passend zijn bij de visie en strategie van uw organisatie. Voor deze verkennende fase stelt het ministerie van VWS middels de PréSET-regeling een subsidiebedrag van maximaal €20.000 per aanvraag beschikbaar. Dit bedrag dekt naast de interne kosten, ook de kosten van externe advisering én externe projectbegeleiding.

Weet u wel al welke e-health toepassing(en) u wilt inzetten?

De SET biedt financiële mogelijkheden om deze ambitie waar te maken. Wij ondersteunen u graag bij de subsidieaanvraag en implementatie van de e-health toepassing(en). Ook deze subsidie dekt de kosten van externe advisering en externe projectbegeleiding.

Kortom

  • Wilt u aan de slag met e-health toepassingen in de thuissituatie, maar weet nog niet hoe?
  • Wilt u gebruik maken van de subsidiemogelijkheden van de PréSET of SET?
  • U heeft behoefte aan ondersteuning?

Wij helpen u graag! Neem contact op met ons en vraag naar Jorrit Spee.